De mythe van hard of zacht slapen

De mythe van hard of zacht slapen

Veel mensen denken dat de keuze voor een matras neerkomt op één simpele vraag: wil je hard of zacht slapen?

In werkelijkheid is dit een mythe. De hardheid van een matras is maar één van de vele factoren die bepalen of je écht goed ligt en of je lichaam de juiste ondersteuning krijgt.

Terug naar blog
  • Hoe wordt de hardheid van een matras bepaald?

    De stevigheid van een matras hangt af van het type matras en de materialen die gebruikt zijn.
    • Pocketverenmatras – De hardheid wordt vooral bepaald door het aantal veren, de draaddikte en het type veer. Ook de comfortlaag erboven (traagschuim, koudschuim of latex) maakt het verschil in gevoel.
    • Latexmatras – De hardheid hangt af van het soort latex (natuur, synthetisch of Talalay), de dichtheid én de aanwezigheid van ventilatiekanalen of comfortzones.
  • Hard versus zacht: voor- en nadelen

    • Harde matrassen zijn duurzamer, ademen beter en kunnen nuttig zijn voor buikslapers of zwaardere mensen. Maar te hard betekent vaak druk op schouders en heupen en te weinig steun in de onderrug.
    • Zachte matrassen geven meer comfort en verlichten drukpunten, ideaal voor zijslapers en lichtere personen. Maar te zacht kan leiden tot wegzakken, een scheve wervelkolom en moeilijker draaien ’s nachts.
  • Signalen dat je matras niet goed ligt

    Herken je deze klachten? Dan kan je matras te hard of te zacht zijn:
    • Rug- of nekklachten
    • Vaak draaien ’s nachts
    • Tintelende handen of voeten
    • Druk op schouders of heupen
    • Holte onder de onderrug in ruglig

Onze visie: kijk verder dan hard of zacht

De juiste matraskeuze draait niet om een label als “hard” of “zacht”. Belangrijk is dat je matras past bij jouw lichaamsbouw, gewicht en slaaphouding.

Een goede matras:

  • Is zacht op de juiste plekken, zoals de schouders
  • Ondersteunt het bekken en de onderrug
  • Houdt de wervelkolom in een rechte lijn in zijlig en in zijn natuurlijke kromming in ruglig

👉 Kortom: focus niet op hard of zacht slapen, maar op goed en gezond slapen.

Maak een afspraak voor advies

Hoe kies je de densiteit voor kinderen?

Het is duidelijk dat een kind of een opgroeiende jongere in de loop van het groeiproces andere lichaamskenmerken
zal ontwikkelen. Het is echter onjuist om te denken dat rughygiëne voor hen van minder belang is. Ook voor hen moet de nachtrust voldoende recuperatie bieden
van de belastingen die overdag plaatsvonden. Zuigelingen,
peuters en kleuters hebben nog niet genoeg gewicht om bijvoorbeeld een lattenbodem efficiënt te
kunnen doen werken.

De bestaande slaapsystemen zijn
immers meestal berekend op volwassen personen. Een pocketverenmatras -zelfs in de zachtere uitvoeringen- is
altijd aan de stevige kant voor een kindergewicht. Pas vanaf ongeveer 40 kg zal die een aanvaardbaar comfort
geven. We kiezen voor jonge kinderen dan ook een zacht systeem uit. (Let wel op contra-indicaties ter preventie
van wiegedood bij zeer jonge kinderen.)
Meestal is er voor deze leeftijdscategorie een kinderbedje voorzien dat zelden een standaardmaat heeft zodat
maatwerk vaak noodzakelijk is.

Een zachte latexmatras geniet de voorkeur omwille van zijn goede puntelastische en tegelijk ondersteunende eigenschappen voor
een beperkt kindergewichtje. Daar staat echter de beperkte duur van het gebruik van het kinderbedje tegenover, vandaar is een latexkindermatras ook een redelijk
dure keuze. Een goedkopere polyethermatras met een zeer lage densiteit - zodat de matras voldoende zacht is - vormt dan een mogelijk alternatief. Zulke matrassen zijn echter niet erg duurzaam zodat bij toenemend gewicht van het kind best overgeschakeld wordt op een ander type. Bedplassen en ongelukjes zijn op deze leeftijd natuurlijk niet uitgesloten. Er kan dan ook gekozen worden voor een matrasafwerking in ondoorlaatbaar PVC of voor een katoenen matrashoes waarbovenop een ondoorlaatbare matrasbeschermer komt.

Wanneer kinderen groeien, worden ze vanzelfsprekend zwaarder.
Pas vanaf een gewicht van ca. 35 à 40 kg begint de lattenbodem zijn werk te doen. Er is echter geen bezwaar om onmiddellijk na het kleine kinderbedje een goede lattenbodem te voorzien. In de praktijk betekent het immers
dat de lattenbodem slechts begint te werken (en te verslijten) wanneer kinderen ongeveer 10 jaar oud zijn.
Een goede lattenbodem zal nog prima functioneren op het moment dat de kinderen het huis uit gaan.